Breuken optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en vereenvoudigen.
Breuken optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen
Een breuk stelt een deel van een geheel voor: teller/noemer. Begrip van breukrekenen is essentieel voor koken, metingen, kansberekening en algebra. Optellen/Aftrekken: Breuken moeten dezelfde noemer hebben (gemene deler). Zoek het KGV van beide noemers, converteer elke breuk en tel/trek dan de tellers af: 1/3 + 1/4 = 4/12 + 3/12 = 7/12. Vermenigvuldigen: Vermenigvuldig tellers met tellers en noemers met noemers. 2/3 × 3/5 = 6/15 = 2/5. Vereenvoudig altijd met de GGD. Delen: Vermenigvuldig met het omgekeerde van de tweede breuk. 2/3 ÷ 4/5 = 2/3 × 5/4 = 10/12 = 5/6. Gemengde getallen: Converteer eerst naar oneigenlijke breuken. 2½ = 5/2. Voer dan de bewerking uit en converteer indien nodig terug.
Andere handige tools voor wiskundige berekeningen
Hoe te gebruiken? Voer de teller en noemer in voor elke breuk, selecteer de bewerking en klik berekenen. Het resultaat wordt automatisch vereenvoudigd en als gemengd getal weergegeven.
Tel twee breuken bij elkaar op. Berekent en vereenvoudigt correct, ook met verschillende noemers.
Trek een breuk af van een andere. Verwerkt negatieve resultaten correct.
Vermenigvuldig breuken door tellers en noemers te vermenigvuldigen en te vereenvoudigen.
Deel een breuk door een andere met de omgekeerde-vermenigvuldiging methode.
Alle resultaten worden automatisch vereenvoudigd tot laagste termen met GGD.
Resultaten worden zowel als oneigenlijke als gemengde breuk getoond (bijv. 5/2 = 2 1/2).
Veelgestelde vragen over breukberekeningen
Een breuk is een wiskundige uitdrukking die delen van een geheel vertegenwoordigt. De teller (bovenste getal) toont genomen delen, de noemer (onderste getal) toont totale delen.