Bereken machten, vierkantswortels, derdemachtswortels en n-de wortels eenvoudig.
Exponenten, vierkantswortels en n-de wortels
Een macht (exponent) betekent een getal een bepaald aantal keer met zichzelf vermenigvuldigen. 2³ = 2 × 2 × 2 = 8. Het grondtal is 2, de exponent is 3, en 8 is het resultaat. Vierkantswortel (√): De inverse van kwadrateren. √25 = 5 omdat 5² = 25. Elk positief getal heeft twee vierkantswortels: +5 en -5, maar conventioneel gebruiken we de positieve. Derdemachtswortel (∛): De inverse van derdemachtsverheffen. ∛27 = 3 omdat 3³ = 27. In tegenstelling tot vierkantswortels zijn derdemachtswortels van negatieve getallen reëel: ∛-8 = -2. Gebroken exponenten: x^(1/n) = n-de wortel van x. Dus 8^(1/3) = ∛8 = 2. En x^(m/n) = (n-de wortel van x)^m. Dus 8^(2/3) = (∛8)² = 2² = 4. Negatieve exponenten: x^(-n) = 1/xⁿ. Dus 2^(-3) = 1/8 = 0,125.
Andere handige tools voor wiskundige berekeningen
Hoe te gebruiken? Voor machtberekening: voer grondtal en exponent in. Voor wortelberekening: voer het getal en de wortelindex in. Gebruik n=2 voor vierkantswortel, n=3 voor derde machtswortel.
Bereken elk getal verheven tot elke macht. Voorbeeld: 2⁸ = 256, 10³ = 1000
Bereken snel de vierkantswortel van een getal. √64 = 8, √144 = 12
Vind de derde machtswortel van een getal. ∛27 = 3, ∛125 = 5
Bereken wortels van elke graad. ⁴√16 = 2, ⁵√32 = 2
Bereken met negatieve exponenten. 2⁻³ = 0.125, 10⁻² = 0.01
Werk met decimale exponenten. 4^0.5 = 2, 8^(1/3) = 2
Veelgestelde vragen over machten en wortels
Een exponent geeft aan hoe vaak een getal (grondtal) met zichzelf wordt vermenigvuldigd. Bijvoorbeeld 2³ = 2 × 2 × 2 = 8. Hier is 2 het grondtal en 3 de exponent.