Oplossen van lineaire en kwadratische vergelijkingen
Methoden en formules voor het oplossen van vergelijkingen
Een vergelijking stelt dat twee uitdrukkingen gelijk zijn. Oplossen betekent de waarde(n) van de onbekende variabele vinden die de vergelijking waar maken. Lineaire vergelijkingen (ax + b = 0): Isoleer x door inverse bewerkingen uit te voeren. 3x + 6 = 0 → 3x = -6 → x = -2. Deze hebben precies één oplossing. Kwadratische vergelijkingen (ax² + bx + c = 0): Gebruik de abc-formule: x = (-b ± √(b²-4ac)) / 2a. De discriminant (b²-4ac) bepaalt het aantal oplossingen: positief = 2 reële wortels, nul = 1 reële wortel, negatief = geen reële wortels (complex). Ontbinden: Ontbind de kwadratische vergelijking indien mogelijk. x² - 5x + 6 = 0 wordt ontbonden tot (x-2)(x-3) = 0, wat x = 2 of x = 3 geeft. Ontbinden is sneller dan de formule wanneer het netjes werkt. Controle: Vul uw antwoord altijd terug in de oorspronkelijke vergelijking om te controleren of het klopt.
Andere handige tools voor wiskundige berekeningen
ax + b = 0
ax² + bx + c = 0
Hoe te gebruiken? Voer de vergelijkingscoëfficiënten in en klik op oplossen. Gebruikt ax+b=0 voor lineair, ax²+bx+c=0 voor kwadratisch.
Lost vergelijkingen op in de vorm ax + b = 0
Lost vergelijkingen op in de vorm ax² + bx + c = 0
Gebruikt ∆ = b² - 4ac om het aantal wortels te bepalen
Toont alle reële oplossingen
Over het oplossen van vergelijkingen
Gebruik de formule x = (-b ± √∆) / 2a waarbij ∆ = b² - 4ac