Bereken wat iets over een aantal jaren kost, hoeveel koopkracht je geld houdt of de jaarlijkse inflatie tussen twee prijzen.
Laatst bijgewerkt: 4 november 2026
Prijsstijging en verlies van koopkracht
Inflatie laat zien hoeveel prijzen in de loop van de tijd stijgen. Bij een vast jaarpercentage is de formule dezelfde als bij samengestelde rente: • Toekomstige prijs = prijs nu × (1 + percentage)^jaren • Koopkracht = bedrag ÷ (1 + percentage)^jaren • Jaarpercentage = (latere prijs ÷ eerste prijs)^(1 ÷ jaren) − 1 Voorbeeld: iets wat nu € 1.000 kost, kost bij 3% inflatie over 10 jaar € 1.000 × 1,03^10 ≈ € 1.344. Dezelfde € 1.000 die je 10 jaar bewaart, koopt dan nog maar wat € 1.000 ÷ 1,3439 ≈ € 744 nu koopt. Het geld verliest dus zo'n 25,6% van zijn waarde. Ken je twee prijzen (bijvoorbeeld 100 vijf jaar geleden en 130 nu), dan berekent het tabblad "Inflatiepercentage" de gemiddelde jaarlijkse stijging: (130 ÷ 100)^(1 ÷ 5) − 1 ≈ 5,4%. De rekenmachine werkt met het vaste percentage dat je invult. Echte inflatie verschilt per jaar en per soort aankoop; raadpleeg voor officiële cijfers het CBS. De uitkomsten zijn schattingen en geen financieel advies.
Vragen over inflatie
Deel de latere prijs door de eerdere prijs, trek er 1 van af en vermenigvuldig met 100. Voorbeeld: een prijs die stijgt van 100 naar 130 betekent (130 ÷ 100 − 1) × 100 = 30% totale inflatie.
Andere handige hulpmiddelen
De prijs van nu of het bedrag dat je hebt.
Gemiddelde prijsstijging per jaar (min bij dalende prijzen).
Hoeveel jaar er voorbijgaat (decimalen mogen).